thumb95

J.L. Moens

1887 – 1954
Hydraulic engineering, Hindu-Javanese iconography

Curriculum vitae

1887born on June 1887
1904final examninations HBS, Surabaja
1904-1908studied civil engineering in Delft
1908hydraulic engineer with the Dutch East Indies government
retirement; lived in Jogjakarta
1945moved to Djakarta
1954died in Djakarta on Februari 10

Special activities and positions

  • Admirer and autodidact in the field of Hindu-Javanese iconography
  • Member of the Committee in the Dutch East Indies for Archaeological Research on Java and Madura (CNI), 1901-1913
  • (Honorary) member of the Batavian Society of Arts and Sciences (BG)
  • Member of the board of the Java-Instituut

Sources

  • Djajadiningrat, H., “In memoriam Ir J.L. Moens, 28 juni 1887-10 februari 1954.” TBG 85 (1955): I-IV.
  • Heeren, H.J., “Lijst van geschriften van Ir J.L. Moens.” TBG 85 (1955): V-VI.

Publications

1918 “Nogmaals het bronzen beeldje te Solo.” OV 1918: 86-93.
1919 “De hoofdpersonen van de basreliefs in het voorportaal van den tjandi Mendut.” OV 1919: 31-35.
“Hindu-Javaansche portretbeelden: Çaiwapratiṣṭa en Boddhapratiṣṭa.” TBG 58: 493-526.
1920 “Hollandsche en Engelsche oudheden te Benkoelen.” OV 1920: 89-92.
“Een Kroëisch grafschrift.” OV 1920: 137-138.
1921 “Aanwinsten van de Archaeologische collectie van het Bataviaasch Genootschap 4: een Javaansch-Buddhistisch Gurubeeld.” OV 1921: 186-193.
“De Tjandi Mendut.” TBG 59 (1919-1921): 529-600.
“Een Boddhapratiṣṭa.” TBG 60: 78-85.
1924 “Het Buddhisme op Java en Sumatra in zijn laatste bloeiperiode.” TBG 64: 521-579.
1926 Ringgit en wajang, Leiden, KITLV : H 1059, typoscript.
1931 & Th.G.Th. Pigeaud, “Verslag van de aankopen van Javaansche handschriften.” TBG 71: 315-329.
1933 “Het Berlijnse Ardhanārī-beeld en de bijzettingsbeelden van Kṛtānagara.” TBG 73: 123-150. with postscript by W.F. Stutterheim, pp. 292-306.
1937 “Çrīvijaya, Yāva en Kaṭāha.” TBG 77: 317-487.
1939 “Van den knaap, wien de dagtaak was opgelegd.” In: Het Triwindoe-gedenkboek Mangkoe Nagoro VII, Soerakarta, pp. 135-140.
“Een Jogjasche wichelplank.” Djåwå 19: 1-11.
1940 “Een toornige Buddhistische heiland.” Djåwå 20: 265-271.
“Mededeelingen van het Museum ‘Sana Boedaja’ te Djokjakarta: verslag van de aanwinsten over het 1e halfjaar 1940.” Djåwå 20: 348-352.
“Was Pūrṇavarman van Tārumā een saura?” TBG 80: 78-109.
“Srīvijaya, Yāva en Katāha.” JRASMalaysian 17,2: 1-111. – Partial tr. by R.J. de Touché of the 1937 ed.
1941 “The talking tree.” TBG 81: 58-64.
“Een genezende heiland.” Djåwå 21: 40-48.
1947 Kanttekeningen bij: V.R. van Romondt, Beschouwingen over bouwkunst, Djakarta. – stencil.
1948 “Een Hindoe-Javaanse Kṣitigarbha?” TBG 82: 339-346.
“De eenhoorn van Skanda.” TBG 82: 347-361.
1949 “Van Çākyamuni en urnen van overvloed.” TBG 83: 83-109.
“Een Chineesche poppenkast en het spel van den linnen zak.” Jade 12,3: 1-15.
1950 “De stamboom van Airlangga.” TBG 84: 110-158.
1951 “Barabuḍur, Mendut en Pawon en hun onderlinge samenhang.” TBG 84: 326-432.
1953 “Perwudjudan sungsang Indonesia,” Bahasa dan Budaja 1,5: 7-11.
1954 “Wiṣṇuwardhana, radja Singasari dan kaum keluarga Madjapahit.” Bahasa dan Budaja 2,6: 3-30.
1955 “De Noord-Sumatraanse rijken der parfums en specerijen in voor-moslimse tijd.” TBG 85: 325-364.
“Wiṣṇuwardhana, vorst van Singasari en zijn Madjapaitse santānapratisantāna.” TBG 85: 365-436.
“Koṭināgara, het antieke handelscentrum op Yava’s eindpunt.” TBG 85: 437-449.
“Airlangga’s rijksdeling.” TBG 85: 449-454.
1972 Buddhisme di Jawa dan Sumatra; diterj. dengan pengawasan Dewan Redaksi Bhratara; kata pengantar Soerjono Soekanto, Jakarta. – Transl. of “Het Buddhisme op Java en Sumatra in zijn laatste bloeiperiode,” 1924.